Keuringsfrequenties

Er blijken de laatste tijd vragen te rijzen m.b.t. de keuringsfrequenties. In de rapportages van de productiecontrole van voor medio 2009 staat een keuringsfrequentie vermeld van 1x per 3 jaar. Op de website van NCOB staat echter een keuringsfrequentie vermeld van 1x per 12 jaar. Hoe kan dit?

De oorspronkelijke rapportages zijn correct. Echter, sindsdien hebben er wijzigingen in de wet- en regelgeving plaatsgevonden. De voor het cluster belangrijkste wijziging is de invoering van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) geweest, ter vervanging van het Bouwstoffenbesluit Bsb). In het Bbk zijn o.a. een aantal zaken m.b.t. de productiecontrole en clustercertificering anders geregeld, hetgeen ook is opgenomen in de (n.a.v. het Bbk herschreven) en nu vigerende BRL 9320 (d.d. 2009-04-24).

In de voorgaande BRL 9320 (ten tijde van het Bsb), was clustercertificering ook wel mogelijk, maar de minimale keuringsfrequentie voor het asfaltcluster bedroeg in deze periode 1x per 3 jaar, omdat er nog onderscheid bestond in toepassingen (bv op landbodem, oppervlaktewateren, etc.) en hierdoor binnen het cluster enkele parameters niet in aanmerking kwamen voor 'gezamenlijke' verificatie (zie o.a. wijzigingsblad dd. 14 december 2006).

Met de invoering van het Bbk is dit onderscheid in toepassing komen te vervallen. Verder is er met de invoering van het Bbk een einde gekomen aan de samenvoeging van Vormgegeven en Niet-vormgegeven materialen, hetgeen betekent dat er nu 2 productgroepen warm asfalt zijn en hierdoor ook 2 OPWA's. Beide productgroepen hebben  een eigen keuringsfrequentie (bij 40
deelnemers) van 1x per 12 jaar. In de praktijk komt het er daarom op neer dat
er voor producenten die zowel ZOAB als dichte mengsels produceren er 1x per 6 jaar productiecontrole plaatsvindt (1x op Vormgegeven, 1x op Niet-vormgegeven materiaal).